Ga naar: https://www.blender.org
Klik op Download Blender (kies de nieuwste stabiele versie).
Installeer Blender:
Op Windows: Voer het installatieprogramma uit.
Op Mac: Sleep Blender naar je Programma's-map.
Open Blender.
Je ziet een welkomstscherm (splash screen).
Klik ergens buiten het venster of klik op General om te starten met de standaardscene.
De 3D Viewport is waar je je objecten modelleert en bekijkt. Dit is het hoofdgebied waar alles gebeurt.
Standaard bevat je nieuwe Blender-scène drie objecten:
Camera: Dit is het gezichtspunt dat Blender gebruikt bij het renderen van je uiteindelijke afbeelding. Je kunt het zien als een filmcamera.
camera logo
Kubus: Een eenvoudig standaardobject dat in het midden van de scène staat. Je kunt dit verwijderen of aanpassen.
Kubus logo
Licht: Dit zorgt voor verlichting in de scène zodat je objecten zichtbaar zijn wanneer je ze rendert.
Licht logo
Aan de rechterkant zie je de Outliner. Hierin staan alle objecten in je scène, zodat je ze gemakkelijk kunt selecteren.
Outliner
Onder de viewport bevindt zich de Timeline (tijdlijn), een lange horizontale balk met framenummers. Dit wordt gebruikt voor animatie om te bepalen wanneer dingen gebeuren in de tijd. Voor nu, omdat we alleen statische objecten modelleren, kun je deze negeren.
Rondkijken (Beeld Roteren): Houd de middelste muisknop (MMB) ingedrukt en sleep je muis naar links, rechts, omhoog of omlaag om rond je object te draaien. Blijf de MMB ingedrukt houden terwijl je beweegt om rond te kijken in de scène.
Pannen (Zijwaarts Verplaatsen): Houd Shift en de middelste muisknop (MMB) tegelijk ingedrukt en sleep je muis om je hele weergave naar links, rechts, omhoog of omlaag te verplaatsen. Dit is handig wanneer je de scène wilt verschuiven zonder deze te draaien.
Zoomen: Gebruik het scrollwiel van je muis om snel in of uit te zoomen.
Als je geen scrollwiel hebt, houd dan Ctrl en de middelste muisknop (MMB) ingedrukt en beweeg je muis omhoog of omlaag om soepel in of uit te zoomen.
Als je geen middelste muisknop hebt, zijn er twee opties:
Gebruik de navigatie-gizmo (de gekleurde cirkel met pijlen in de rechterbovenhoek van de 3D Viewport). Klik en sleep op de gizmo om de weergave te roteren.
Of ga naar Edit > Preferences > Input en zet Emulate 3 Button Mouse aan. Hiermee kun je Alt ingedrukt houden en linksklikken om de weergave te draaien, net zoals je met de middelste muisknop zou doen.
Verwijder de standaard kubus:
Voeg een nieuw object toe (Apenhoofd)
Verplaats het object:
Druk op G (Grab/verplaatsen).
Beweeg je muis om het object te verplaatsen.
Klik met de linkermuisknop om de nieuwe positie te bevestigen, of klik met de rechtermuisknop om te annuleren.
Soms wil je een object recht naar links, rechts, omhoog of omlaag verplaatsen. In Blender kun je aangeven langs welke richting (as) je het object wilt bewegen.
Druk op G (voor Grab = verplaatsen)
Druk daarna op:
X → om het object alleen naar links of rechts te bewegen (langs de X-as)
Y → om het object alleen naar voor of achter te bewegen (langs de Y-as)
Z → om het object alleen omhoog of omlaag te bewegen (langs de Z-as)
👉 Voorbeeld:
Druk op G, daarna op Z, dan beweeg je het object alleen omhoog of omlaag.
Als je eerst op G drukt en dan je middelste muisknop (MMB) ingedrukt houdt, kun je de richting kiezen waarlangs je wilt bewegen. Zo kun je het object makkelijk verplaatsen in één rechte lijn.
Belangrijk om te onthouden:
G = verplaatsen
Daarna X, Y of Z om een richting te kiezen
Of houd de middelste muisknop ingedrukt na G om handmatig een richting te kiezen
Waarom?
Voordat je een render maakt van je scène, wil je eerst controleren of alles goed zit:
Ziet de vorm er goed uit?
Kloppen de kleuren en materialen?
Staat het licht goed?
Elke weergavemodus helpt je om dat stukje voor stukje te controleren.
Rechtsboven in de 3D Viewport zie je 4 bolletjes naast elkaar. Elk bolletje laat je de scène op een andere manier zien:
Wat zie je? Alleen de randen van je objecten (alsof het van draad gemaakt is).
Waarvoor gebruik je dit?
Om door objecten heen te kijken
Om te zien of de binnenkant klopt
Voor precieze controle bij modelleren
Wat zie je? Dichte vormen zonder materialen of kleuren, gewoon grijs.
Waarvoor gebruik je dit?
Om goed naar de vorm en structuur van je model te kijken
Als je puur op vorm werkt, zonder afleiding
Wat zie je? Je ziet de kleuren, materialen en texturen van je object.
Maar nog zonder echte schaduwen of belichting.
Waarvoor gebruik je dit?
Om te kijken of de juiste materialen en kleuren zijn toegepast
Om te zien of alles er goed uitziet zonder het langzaam te renderen
4. Gerenderd (Rendered)
Wat zie je? Alles zoals het in de eindrender eruit zal zien: met licht, schaduw, kleuren en materialen.
Waarvoor gebruik je dit?
Als laatste controle voordat je echt gaat renderen
Om te kijken of de belichting goed staat
Of het eindresultaat logisch en mooi is
Belangrijke tip:
Bekijk altijd je scène in deze 3 modi voordat je gaat renderen:
Solide: is het model goed van vorm?
Materiaalvoorbeeld: kloppen de materialen?
Gerenderd: ziet het er als geheel goed uit met licht en schaduw?
Zo voorkom je verrassingen of fouten in je eindresultaat.
Stap 8: De Camera Positioneren
Als je een afbeelding (render) maakt in Blender, gebeurt dat vanuit de camera. Wat de camera “ziet”, is wat jij uiteindelijk als afbeelding krijgt.
Daarom is het belangrijk om de camera goed te plaatsen.
Druk op de 0 (nul) op het NUMPAD
➤ Je ziet nu wat de camera ziet.
(Het beeld krijgt een kader — dat is het camerabeeld.)
Heb je geen Numpad? Dan kun je ook dit doen:
*Ga naar het menu bovenin: **View > Cameras > Active Camera***
Hoe beweeg je de camera zoals je normaal rondkijkt?
Standaard staat de camera vast, en kun je hem niet zomaar bewegen door rond te draaien.
Maar je kunt dat aanzetten:
Klik op de camera in de Outliner
(rechtsboven in de lijst met objecten)
Druk op N in de 3D Viewport
➤ Aan de rechterkant verschijnt een zijpaneel
Ga naar het tabblad View (Weergave)
Zet het vinkje aan bij: Lock Camera to View
(in het Nederlands: Camera vergrendelen aan weergave)
Zolang je in de cameraview zit (Numpad 0) én “Lock Camera to View” aanstaat:
Middelste muisknop (MMB) → rondkijken (de camera draait mee)
Shift + MMB → pannen (camera verschuiven)
Scrollwiel of Ctrl + MMB → in- en uitzoomen
Alles wat je nu doet, verandert de positie van de camera. Zo kun je hem precies goed zetten voor je uiteindelijke plaatje.
Zet "Lock Camera to View" weer uit als je klaar bent met positioneren, zodat je de camera niet per ongeluk verschuift
Om een object kleur te geven in Blender, moet je een materiaal aanmaken. Een materiaal bepaalt hoe het oppervlak van een object eruitziet — bijvoorbeeld de kleur, glans of transparantie.
Selecteer het object dat je wilt kleuren
Bijvoorbeeld het apenhoofd "Suzanne".
Ga naar het tabblad Material Properties
Dit vind je aan de rechterkant van je scherm, in het Properties-panel. Het tabblad heeft een pictogram van een rode bol.
Klik op 'New
Hiermee maak je een nieuw materiaal aan voor het geselecteerde object. Blender geeft het materiaal automatisch een naam zoals "Material.001".
Kies een kleur
Onder de optie 'Base Color' zie je een gekleurde balk. Klik op deze balk om de color picker te openen. Kies de kleur die je op het object wilt toepassen.
De kleur wordt direct zichtbaar op het object, maar alleen als je de Viewport hebt ingesteld op 'Material Preview' of 'Rendered' (zie Stap 7).
Een object zonder materiaal blijft grijs en ziet er levenloos uit.
Door een materiaal toe te voegen, geef je het model karakter en visuele uitstraling. Dit is ook de basis voor het toevoegen van complexere texturen zoals hout, metaal of glas.
Je kunt later extra instellingen aanpassen in hetzelfde menu, zoals:
Metallic: hoe "metalen" het materiaal eruitziet
Roughness: hoe ruw of glad het oppervlak is
Transmission: hoeveel licht er doorheen komt (voor glas of vloeistof)
Voor nu is het genoeg om te oefenen met één eenvoudige kleur.
Voeg een nieuw object toe (Cone):
Druk op Shift + A
Kies: Mesh → Cone
➤ Nu verschijnt er een kegel (cone) in het midden van de scène.
Verplaats de Cone omhoog:
Druk op G (voor "Grab")
Druk daarna op Z
Beweeg je muis omhoog zodat de cone boven de aap komt te staan
Klik met de linkermuisknop om de positie vast te zetten
Schaal de Cone (maak groter of kleiner):
Druk op S (voor "Scale")
Beweeg je muis om de grootte aan te passen
Klik met de linkermuisknop om vast te zetten
Roteer de Cone (draai het object):
Druk op R (voor "Rotate")
Beweeg je muis om te draaien
Klik met de linkermuisknop om de hoek vast te zetten
Geef de Cone een kleur (materiaal):
Zorg dat de Cone is geselecteerd
Ga aan de rechterkant naar het tabblad Material Properties
Klik op New om een nieuw materiaal toe te voegen
Klik op de kleurbalk bij Base Color om een kleur te kiezen
Dit werkt precies zoals je bij de Monkey (Suzanne) hebt gedaan in stap 9.
Als je klaar bent met je scène — je objecten staan goed, de kleuren zijn toegevoegd en de camera is juist gepositioneerd — dan kun je een render maken. Dat betekent: Blender maakt een mooie, afgewerkte afbeelding met licht, schaduw en materialen.
Zorg dat je in Camera View zit
Druk op Numpad 0
Nu zie je precies wat de camera ziet — dit wordt je eindbeeld
Je kunt eventueel de camera nog aanpassen (zie stap 8)
Start de render
Ga bovenin naar het menu: Render → Render Image
Of druk op F12 op je toetsenbord
➤ Blender begint nu met het maken van een gerenderde afbeelding van je scène
Wacht tot het renderen klaar is
Je ziet een nieuw venster met het eindresultaat
Dit kan een paar seconden tot minuten duren, afhankelijk van je computer en scène
Sla de afbeelding op
In het nieuwe Render-venster, ga naar het menu bovenin: Image → Save As
Kies waar je het bestand wilt opslaan, geef het een naam en klik op Save As Image
Standaard wordt de afbeelding opgeslagen als .png, wat meestal prima is.
Je kunt dit eventueel aanpassen onder: Properties → Output Properties → File Format vóórdat je gaat renderen.