Viewport = het scherm waar je jouw 3D-model ziet.
Mesh = een 3D-object opgebouwd uit punten (vertices), lijnen (edges) en vlakken (faces).
Modifier = een hulpmiddel dat je object slim verandert zonder het blijvend te slopen.
Subdivision Surface = modifier die extra ronding en detail toevoegt.
Shade Smooth = laat het oppervlak gladder lijken zonder meer polygonen toe te voegen.
Object Mode = hele objecten selecteren, verplaatsen en schalen.
Edit Mode = de vorm van een object aanpassen door vertices, edges en faces te veranderen.
Vertex = een punt in het 3D-model.
Edge = een lijn tussen twee vertices.
Face = een vlak gemaakt van drie of vier vertices.
Proportional Editing = punten verplaatsen met een invloed-cirkel, zodat de omgeving meebeweegt.
Edge Loop = een hele ring van aaneengesloten edges, handig om snel te selecteren of te schalen.
Start Blender.
Druk op Delete om de Default Cube te verwijderen. (We willen echt helemaal schoon beginnen, zonder oude objecten.)
Scroll met het muiswiel om in of uit te zoomen in de Viewport (het 3D-scherm waar je model staat).
Druk op Shift + A. Dit opent het menu om nieuwe objecten toe te voegen.
Klik op Mesh → dit zijn de basisvormen waaruit je 3D-modellen maakt.
Klik op Torus (Engels woord voor donut-vorm). Dit is onze startvorm.
Klik linksonder op het kleine Options-vak dat net is verschenen.
F9 om de opties terug te halen.Zet Major Segments op 32. (Meer segmenten = ronde basisvorm.)
Zet Minor Segments op 12. (Minder segmenten = lichter om mee te werken.)
Pas Major Radius of Minor Radius aan als je een vollere of slankere donut wil.
Klik naast het vak om de opties te sluiten.
Klik met rechts op de torus.
Klik op Shade Smooth. Dit maakt de donut meteen gladder, zonder dat hij zwaarder wordt.
Ga in het Properties-paneel (rechts) naar het wrench-icoon (Modifiers).
Klik op Add Modifier.
Kies Subdivision Surface. Dit voegt extra detail en ronding toe.
Zet Levels Viewport op 1. (Zo blijft het snel werken tijdens modelleren.)
Zet Render Levels op 1. (Voor een snelle render; kan later hoger voor extra glad.)
(Probleemoplossing: verdwijnt je donut? Ga naar Edit > Preferences > Viewport en zet GPU Subdivision uit. Dan werkt het via de CPU.)
Druk op Tab om naar Edit Mode te gaan.
Zorg dat Vertex select aan staat (punt-icoon bovenin).
Zet Proportional Editing aan (rondje bovenin). Dit zorgt dat omliggende punten mee bewegen.
Klik op een punt (vertex) van de donut.
Druk op G om het punt te verplaatsen.
Gebruik het muiswiel om de invloed-cirkel groter of kleiner te maken. Zo kun je grote of kleine bulten maken.
Klik met links om te bevestigen.
Herhaal dit op meerdere plekken zodat de donut oneffen en natuurlijk wordt. (Een perfecte cirkel ziet er nep uit, oneffenheden maken het echt.)
Klik op een punt aan de binnenkant van het gat.
Druk op G en maak de invloed-cirkel kleiner.
Verplaats het punt een beetje en klik om te bevestigen. (Zo maak je ook de binnenkant minder perfect rond.)
Blijf in Edit Mode.
Houd Alt ingedrukt en klik met links op een edge (lijn) aan de buitenkant. Dit selecteert een hele edge loop.
Zet Proportional Editing uit (klik het rondje uit).
Druk op S om te schalen.
Beweeg je muis iets naar binnen zodat de zijkant platter wordt. (In het echt zijn donuts vaak iets afgeplat doordat ze in olie drijven.)
Klik om te bevestigen.
Klik linksboven op File.
Klik op Save As.
Kies een map.
Geef je bestand een naam.
Klik op Save As. (Bestandstype is .blend – alles blijft exact bewaard voor de volgende keer.)